Volg ons

0639448425
vtv.meertuinders@gmail.com

Moestuintips

De drogende boontjes, die nog aan de planten hangen, zijn uitstekende zaden voor volgend jaar. Van sommige planten is het zo gemakkelijk om zelf zaad te winnen, dat het zonde is om nieuw zaad te bestellen. Zaad winnen van erwten, peulen en tuinbonen is net zo eenvoudig, als van snij- en sperziebonen.

In september kan er nog steeds buiten worden gezaaid, bijvoorbeeld sla, spinazie en winterpostelein. Buiten kunnen ook nog bietjes, Chinese kool, koolrabi, sla, winterprei, peterselie en selderij worden uitgeplant.
In de kas kan tot eind september nog bloemkool worden gezaaid. In december de jonge plantjes uitplanten in de kas en met een beetje geluk kan de eerste bloemkool omstreeks april worden gegeten. In de kas kan ook nog Chinese kool en koolrabi worden gezaaid.

Leuk om te proberen: aardappelen in de kas planten.
Beginnen de geoogste vroege aardappelen door te schieten, gooi ze dan niet weg! Vul een emmer of lege grondzak met potgrond en stop er per emmer of zak één aardappel in. Zet de emmer of zak in de kas en met wat geluk kun je eind december weer jonge aardappeltjes eten.

Pompoenen oogsten en bewaren: ieder jaar zijn ze weer vroeger en vroeger, maar normaal gezien kan vanaf eind augustus de pompoenoogst worden binnengehaald. Het beste is om de pompoenen direct te verwerken. Bewaren kan tot januari/februari, maar leg ze dan in een donkere, goed geventileerde ruimte op kamertemperatuur. Smeer ze in met een beetje olijfolie tegen het uitdrogen en keer ze af en toe. Te vroeg geoogste exemplaren kunnen achter glas narijpen (geldt ook voor meloenen). Ook courgettes en patissons zijn zo enige tijd te bewaren op een droge, zachte ondergrond. Zorg dat de vruchten schoon en droog zijn.

 

Aardappelteelt

Aardappels telen is betrekkelijk eenvoudig, maar wel riskant. Als de gevreesde aardappelziekte toeslaat kan de hele oogst verloren gaan. Bestrijding is wettelijk verplicht, maar er wordt op moestuincomplexen niet actief gehandhaafd.

Eén van de maatregelen is teeltwisseling. Op ons complex mogen slechts één maal in de drie jaar op het zelfde stuk grond aardappels worden geteeld. Jaarlijks wordt voor alle tuinen tijdig aangegeven op welk gedeelte aardappelteelt is toegestaan en hierop wordt gehandhaafd.

Een tweede methode is het kiezen van het juiste ras. Er zijn vroege, middelvroege en late aardappelrassen, waardoor over een langere periode verse aardappelen kunnen worden geoogst en gegeten. Op onze zware kleigrond verdienen vroege en halfvroege piepers de voorkeur. Bij de latere rassen is door wateroverlast de kans op de gevreesde aardappelziekte en een mislukte oogst groter. Maar het ene ras is ook gevoeliger dan het andere en volgens vele leveranciers zijn de iets duurdere bio-rassen nagenoeg resistent.

Een derde methode is het preventief spuiten met een in de tuinwinkel verkrijgbaar schimmeldodend middel.

Indien onverhoopt de ziekte toch toeslaat, dienen de aangetaste delen direct zorguldig te worden verwijderd en thuis via de GFT-bak te worden afgevoerd om verdere besmetting te voorkomen.

Van de speciaal gekweekte pootaardappelen, poters genoemd, met een maataanduiding van 28/35 mm kan gerekend worden op ca. 40 stuks per kilo. De opbrengst van vroege en halfvroege rassen ligt tussen de 0,9 en 1,5 kilo per plant.

Aardappels houden van een goede bemesting met compost en stalmest en hebben een grote kalium behoefte. Teveel stikstof bevordert echter de groei van het gewas en gaat ten koste van de knolvorming. Bovendien neemt de ziektegevoeligheid toe.

Het voorkiemen van de aardappels bevordert een snelle ontwikkeling en kan meehelpen om de aardappelziekte voor te blijven. Door de poters te spreiden en enkele weken op een lichte plek (geen direct zonlicht!) van ca. 10 graden te leggen, vormen zich korte, dikke en stevige uitlopers. Wees wel voorzichtig met het transport en het poten.

De poters worden gepoot in rijen, waarbij de gebruikelijke plantafstanden voor vroege en middelvroege rassen 70×30 of 60×35 respectievelijk 70×35 of 60×40 zijn. In onze kleigrond is een pootdiepte van 5 cm voldoende. De grote afstand tussen de rijen vergemakkelijkt het aanaarden van de rijen. Zolang er nachtvorst dreigt is het raadzaam het jonge gewas af te dekken met schermvlies.